Biografie Arne Sierens

Arne Sierens werd geboren op 15 augustus 1959. Hij groeide op in de Brugse Poort, een arbeiderswijk aan de westkant van Gent. Zijn verbondenheid met die wijk heeft een onmiskenbare stempel op zijn werk gedrukt. Wat Aalst is voor Louis Paul Boon, Rimini voor Fellini of Little Italy voor Scorcese, is dit eiland van arbeiders en sociale woningen voor Sierens: ‘Een plek waar de condition humaine zichtbaar wordt. Er wonen geen goden, maar sukkelaars, je ziet er geen tragedies, maar melodrama’. Van zijn vader, de vroeg gestorven romancier en filmrecensent Frans Sierens, krijgt hij de liefde voor literatuur en film mee. Op die manier komt Arne Sierens reeds vanaf zijn kinderjaren in contact met de spanning tussen Kunst met hoofdletter en de volkscultuur, een spanning die een belangrijke zal spelen in zijn oeuvre.

Na de middelbare school volgt hij de opleiding regie aan het RITCS in Brussel, waar hij in 1981 afstudeert. Hij start zijn carrière als regie-assistent bij Gentse theaterhuizen als het NTG, Arena en Arca. Een tijdlang is hij lid van het performancecollectief Parisiana van Erik Devolder. Tijdens zijn studentenjaren is hij actief in de muziekwereld als organisator en als zanger van de postpunkgroep Perfectone (1980-1981), de band die hij samen oprichtte met Johan De Smet en zijn broer Sven. De punkscene en de hele (rebellerende) subcultuur worden een belangrijke inspiratiebron voor Sierens’ latere teksten en ensceneringen. Johan De Smet zal later de muziek componeren voor de drie opera’s die ze samen maken: ‘Het rattenkasteel’ (1984), een sleutelproductie, gebaseerd op de strip van Marc Sleen, ‘De liefde voor de drie manen’ (1988) en ‘Je pleure des bananes’ (1989).

In 1977 had Arne Sierens ‘Dodenklas’ van Tadeusz Kantor gezien, de poolse theatermaker die hij als zijn grote mentor ziet en wiens stijl en methode van werken hem fundamenteel hebben beïnvloed.

In 1982 richt hij met regisseur/acteur Jan Leroy en een aantal spelers (waaronder de latere schrijfster Geertrui Daem), de theatergroep met de programmatische naam De Sluipende Armoede op. Dat gebeurde toen in de marge van het officieel gesubsidieerde theater, dat nauwelijks mogelijkheden bood aan de nieuwe generatie theatermakers. Binnen dit gezelschap worden de meeste van Sierens’ eerste theaterprodukties en opera’s gecreëerd.

Na regies en bewerkingen van de klassieke stukken ‘De Ruiters/De Zee’ (naar J.M.Synge), ‘Stella’ van Goethe en ‘Rode Oogst’ (naar de 17de eeuwse wraaktragedie Arden of Feversham), debuteert hij als schrijver met ‘Het Vermoeden’ (1982) dat hij samen met Jan Leroy bij het amateurgezelschap De Melomanen regisseert. De samenwerking met Jan Leroy zet hij verder tijdens ‘De Soldaat-Facteur en Rachel’ (1986), een stuk over de eerste wereldoorlog, waar hij naast auteur en coregisseur ook acteur is, en tijdens ‘Los Muertesitos / Onze Lieve Doden’ (1988), produkties waarin hij de wegen van het episch theater verkend.

Een belangrijk moment is de creatie van ‘Mouchette’ (1990) voor Oud Huis Stekelbees, in een regie van Johan Dehollander. De tekst wordt herhaaldelijk bekroond in binnen- en buitenland en betekent voor Sierens de doorbraak naar een groter circuit. Zo schrijft hij voor Toneelgroep Amsterdam ‘Constant Pardon / Falstaff in Congo’ (1990). Het stuk werd er echter nooit opgevoerd.

De samenwerking met Johan Dehollander als regisseur zet hij van 1992 tot 1994 verder als huisschrijver van de Blauwe Maandag Compagnie, het toenmalig gezelschap van Luc Perceval. In deze context komen ‘Boste’ en het tweeluik ‘De drumleraar’ en ‘Juffrouw Tania’ tot stand. Op basis van improvizatie met de spelers komt de raamvertelling ‘Dozen’ tot stand. Voor Het Zuidelijk Toneel van Ivo Van Hove vertaalt hij intussen ‘Het begeren onder de olmen’ (1992) van Eugene O’Neill en ‘Splendid’s’ (1994) van Jean Genet.

Sierens constateert in die periode dat schrijven alleen hem niet interesseert en beslist radikaal hij terug te keren naar zijn oorspronkelijk ideaal van ‘auteurstheater’ waarbij – zoals in de ‘auteurscinema’ – schrijven en regisseren deel uit maken van één continu creatieproces. Deze beslissing leidt tot een breuk met Blauwe Maandag Compagnie.

Hij vindt nadien een artistieke partner in choreograaf Alain Platel. Samen maken zij de trilogie ‘Moeder & Kind’ (1994) ‘Bernadetje’ (1996) en ‘Allemaal Indiaan’ (1999). Deze voorstellingen, geproduceerd door het Gentse theaterhuis Victoria, gaan een origineel verband aan tussen dans, theater, muziek, actie en vertelling en werken voor Arne Sierens als een bevrijding. Ze krijgen nationaal en internationaal bijzonder veel weerklank. De Franse krant Le Monde plaatst ‘Bernadetje’ op één lijn met het werk van Peter Brook en Pina Bausch. De drie produkties toeren uitgebreid over de hele wereld en overal bekroond.

Parallel aan zijn samenwerking met Alain Platel, gaat hij vanaf 1995 een artistieke alliantie aan met Johan Dehollander en zakelijk leider Stef Ampe in het Gentse Nieuwpoorttheater. Het drietal laat dit huis evolueren van een presentatieplatform naar een kunstencentrum. Samen met Dehollander maakt Sierens de vertelproduktie ‘Napels’ (1997). Hij schrijft in 1998 ‘De broers Geboers’. een produktie die erg controversieel is omdat er het opkomend rechts extremisme wordt in uitgetekend.

In 1997 is Nieuwpoorttheater curator van het Time Festival en zet Sierens het ‘Onderzoeksproject Kuiperskaai’ waarin bewoners en betrokkenen door een groep onderzoekers worden geïnterviewd over hun relatie met deze beruchte uitgaansbuurt van Gent.

Gaandeweg in deze periode ontwikkelt hij zijn eigen, unieke methode van werken: creaties in collectief met de spelers, op basis van vanuit uitgebreide improvizaties op de vloer, gekoppeld aan interview- en researchsessies. Hij laat zijn schrijftafel en de speelvloer als het ware volledig in mekaar opgaan. Deze methode past hij vanaf dan toe in bijna al zijn volgende produkties.

In ‘Mijn Blackie’ (1998) een coproductie met HETPALEIS, cast hij voor de eerste keer zijn latere kompaan Johan Heldenbergh. Beeldend kunstenaar Guido Vrolix wordt zijn vaste scenograaf. Nadien volgen het fel gecontesteerde ‘Niet alle Marokkanen zijn dieven’ (2001) en ‘Martino’ (2003), beiden in coproduktie met HETPALEIS.

In 2004 leidt een nieuwe artistieke alliantie tussen Johan Heldenbergh, Marijke Pinoy en Arne Sierens, tot de oprichting van Compagnie Cecilia. Hun eerste produktie ‘Maria Eeuwigdurende Bijstand’ wordt geselecteerd voor het festival van Avignon. Bij hun passage schrijft Le Figaro: ‘Arne Sierens, l’un des hommes du théâtre européen qui sait le mieux entendre et traduire la détresse du monde, sans leçon, sans discours politique, mais par une écriture scénique.’

Binnen Compagnie Cecilia volgen nadien ‘Trouwfeesten en processen enzovoorts’ (2006), ‘Broeders van Liefde’ (2008) in samenwerking met Union Suspecte, ‘Apenverdriet’ (2009) en ‘Schöne Blumen’ (2010), allen in coproduktie met HETPALEIS. Er vormt zich een vast gezelschap met spelers als Titus De Voogdt, Robrecht Vanden Thoren en Mieke Dobbels.

Hoewel de subsidie in 2009 stijgt, is die onvoldoende om alle artistieke ambities waar te maken en verlaat Marijke Pinoy het gezelschap. Vanaf dan vormen en Sierens en Heldenbergh de artistieke spil van Compagnie Cecilia.

Tijdens het erg radicale ‘Altijd Prijs’ (2008) werkt Sierens voor het eerst met de franse componist/gitarist Jean-Yves Evrard, die vanaf dan zijn vaste muzikale partner wordt voor de meeste van zijn volgende produkties.

Met ‘De Pijnders’ (2011) wordt er, in coproduktie met Theater Antigone en De Werf Brugge, weer een produktie van groot formaat gemaakt met zes spelers en drie muzikanten.

Met de monoloog ‘Lacrima’ (2012) schrijft Sierens terug een stuk aan tafel, dat hij vervolgens regisseert.

Als groot circusliefhebber integreert Sierens voortdurend circuselementen in zijn voorstellingen. Met ‘Gloria (in den hoge)’ (2013) en Ensor werkt hij voor het eerst samen met circusartiesten, de laatste produktie is een samenwerking met Circus Ronaldo.

Als theatermaker heeft Arne Sierens een zeer persoonlijke en unieke stijl, weg van het traditionele theater, met sterke wortels in het alledaagse, het volkse en het epische. Hij noemt zich ‘seismograaf van deze tijd’ en streeft naar een autonoom theater dat zich losmaakt uit het literaire en zich inschrijft in het fysieke en het dansante. Hij heeft een obsessie voor het anekdotische, dat hij verzamelt via langlopende interview- en onderzoeksprojecten.

Centraal in zijn methode van werken staan de improvizaties van zijn spelers op de vloer en intense personagestudies, waaruit hij bewegingen en teksten ‘samplet’, die hij dan via een lang gistingsproces (vijf maanden werken is de regel) mixt met zijn eigen teksten en fysieke voorstellen en weeft tot een ‘partituur’ die de basis vormt van het uiteindelijk spektakel waarin alle elementen samenvloeien tot een ritueel en theater dat ‘even levend en tastbaar is als het leven zelf’ en als het ware bij elke voorstelling opnieuw wordt geboren.

Hij zoekt voortdurend naar de alchemie tussen tekst, vertelling, dans en muziek, en naar een permanente cross-over met populaire cultuur zoals het melodrama en het circus. Zijn obsessie voor beweging en muziek brengt hem erv toe samen te werken met choreografen zoals Alain Platel, Koen Augustijnen en Ted Stoffer,; en componisten zoals Jean-Yves Evrard en Daan Vandewalle.

Arne Sierens zegt sterk beïnvloed te zijn door het Oosters theater en de Poolse theatermakers Tadeusz Kantor en Grotowski; schrijvers Louis Paul Boon en Céline, en filmmakers als Pier Paulo Pasolini, Federico Fellini, Robert Bresson, Martin Scorcese, Wong Kar-Wai, John Cassavetes, Aki Kaurismaki, Jacques Audiard en Nicolas Windig Refn. Daarnaast vindt hij heel veel inspiratie in strips, beeldende kunst, fotografie en in het bijwonen van assissenprocessen.

« De dialogen zijn niet gebouwd op een psychologiserend discours of gedragen door zwaar gemodelleerde karakters à la Strindberg, om maar één sculpteur van de ziel te noemen. De personages hebben zich vaak zelf in de nesten gewerkt, maar in dat kluwen van miserie en verdriet ontwaar je niet het grote Slachtoffer of de grote Schuldige. Het gaat veeleer om de algemene onmacht van de condition humaine, geconcretiseerd in kleine, spartelende volkse posturen, wier taal navenant is. »

« Het kloeke betoog is vervangen door flitsende taalreflexen, explosieve dialogen die signalen uitsturen van wat daarbinnen bobbelt en kolkt. En daartussen: verhaalsegmenten die wortels blootleggen. De taal is krachtig, primair, soms triviaal, en zeer suggestief. Korte zinnen en een grillige syntaxis die nauwelijks een gedachtestroom afwerkt. In het onbetwistbaar volkse idioom met zijn grote plasticiteit schuilen niet alleen poëzie en humor, maar ook een dosis filosofie van het gezond verstand, vermengd met absurde logica. De figuren spreken het dialect van hun ziel. En het is letterlijk via de taal dat ze ons binnentrekken in hun wezen. Nooit rechtstreeks, en zonder zich helemaal bloot te geven, want dat kunnen ze niet. »

« Het zijn kwetsbare figuren, ze zetten een grote mond op, houden van zelfspot en halen zich gekke situaties op de hals. In conversaties springen ze van de hak op de tak, omdat het in hun aard ligt van niet lang bij de zaak te kunnen blijven, omdat een thema plots als een brok in de keel zit en eruit moet, of gewoon om van het onderwerp af te zijn. Die wispelturigheid is ook fysiek gekleurd en heeft te maken met een soort onrust en onzekerheid. Ze missen houvast en een vaste lijn in hun bestaan en lijken voortdurend op zoek naar een veilige biotoop. In hun relaties (man-vrouw, ouders-kind, vrienden) zit het schots en scheef. Communicatie is niet hun sterkste troef. Maar ze blijven zoeken naar overlevingsstrategieën: in een opgepoetst zelfbeeld, nieuwe contacten, vaste rituelen, hun fantasie, hun dromen … Met grote vanzelfsprekendheid bijten ze zich vast in illusies, maar even vanzelf laten ze die weer los wanneer de realiteit dwingend wordt. Er is nood en tegelijk onvermogen om zich aan elkaar op te trekken of voor elkaar te zorgen. » (Fred Six)

De stukken van Sierens zijn geen ‘tranches de vie’, maar gaan altijd over het totàle leven. Het zijn lange metaforen over het onmogelijke leven en zijn volgens hem oefeningen en strategieën in overleven waarbij het helend effect op de toeschouwer heel belangrijk is. Het is een ‘théâtre cru et drôle, criant de vérité’.

Opvallend zijn steeds de decors van Guido Vrolix: de ijspiste van ‘Maria Eeuwigdurende Bijstand’, de blauwe circuspiste van ‘Trouwfeesten en processen enzovoorts’, de negen ton glasscherven van ‘Broeders van Liefde’, het schokkende stuk tarmac van ‘Altijd Prijs’, het vuurrode ronddraaiende appartement van ‘Apenverdriet’, de bamboestellingen van ‘Schöne Blumen’, de reusachtige wip van ‘De pijnders’ en de zestien ton zware betonblokken van ‘Lacrima’.

Hoewel Arne Sierens vooral bekend is als theatermaker, schreef hij inmiddels een opmerkelijk oeuvre bijéén. Al zijn stukken zijn apart of in verzamelbundels gepubliceerd. Zijn teksten zijn vertaald in verschillende andere talen en worden opgevoerd en gepubliceerd in o.m. Portugal, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Amerika.

Arne Sierens behoort bij één van de meest gespeelde auteurs in het Vlaamse amateurcircuit.

Share

Mort d’Ettore Scola : l’histoire secrète du film Le Bal

Le dernier géant de l’âge d’or du cinéma italien, décédé le 19 janvier, avait obtenu le César du meilleur film en 1984 pour cette fresque historique vue à travers les yeux d’un danseur de salon. Secrets de fabrication.

Sorti en 1983, Le Bal d’Ettore Scola reste un film majeur dans la carrière du dernier géant du cinéma italien mort le 19 janvier à Rome à l’âge de 84 ans. Miroir et reflet de cinquante ans d’histoires politiques et sociales en France à travers les yeux d’un danseur de salon, le long-métrage a révolutionné le cinéma… et tout ça, sans un mot.

Trois césars consacreront le génie visionnaire. En 1984, Le Bal a remporté le César du meilleur film, celui du meilleur réalisateur et celui de la meilleure musique (Vladimir Cosma).

Ce que l’on oublie peut-être aujourd’hui, c’est qu’à l’origine de ce succès de cinéma, il y avait une pièce de théâtre composée collectivement par le théâtre du Campagnol. Une compagnie créée par Jean-Claude Penchenat, qui avait été l’un des fondateurs du théâtre de Soleil avec Ariane Mnouchkine.

«Très choquée» par la disparition du réalisateur qui s’est éteint dans la nuit du mardi 19 janvier, Geneviève Rey-Penchenat qui également joué dans le film, se souvient des différentes étapes de fabrication de ce film unique, tourné d’après «le scénario» qu’elle et son mari avaient établi après le travail collectif.

Le tournage du Bal est arrêté du jour au lendemain

Geneviève Rey-Penchenat et son mari, connaissaient bien le «maestro». Plus qu’une relation professionnelle, les trois artistes entretenaient un lien d’amitié. «Quand il venait à Paris, il venait nous voir. Il parlait très bien français. Ettore Scola était un homme très intelligent. On pouvait discuter de tout avec lui. Il savait considérer l’autre…», raconte l’actrice.

Ettore Scola, Jean-Claude et Geneviève Penchenat ont eu une «aventure particulière». Leur première rencontre remonte aux années 80, lorsque Jean-Claude Penchenat met en scène Le Bal. «Scola est venu nous voir à Anthony. Il a adoré la pièce de théâtre et il a voulu en faire un film» se souvient Geneviève Rey-Penchenat. Les deux scénaristes, qui se sont tout de suite entendus, ont alors longuement discuté: le film se fera à Paris.

Cependant, la santé d’Ettore Scola met très rapidement fin à une collaboration à peine entamée. «Il a fait un infarctus à Paris, donc on a du tout arrêter» se rappelle Geneviève Rey-Penchenat. Mais c’était sans compter sur l’incroyable force de vie du réalisateur qui à peine remis de son attaque cardiaque décide de relancer le tournage mais cette fois-ci à Rome.

«Nous sommes descendus, mon mari et moi à Rome. Pendant 3-4 mois, avec les comédiens de la création, nous avons tourné le film. C’était une occasion incroyable» explique l’actrice. «Ettore Scola était très respectueux des idées de Jean-Claude Penchenat. Il était très à l’écoute, très coopérant. Une complicité s’est créée entre les deux hommes. Durant le tournage nous avons énormément ri (elle soupire). Ça remonte à trente ans et pourtant, pour moi, c’était comme si c’était hier. Ettore Scola était très humain. Il va tous beaucoup nous manquer».

Source : Mort d’Ettore Scola : l’histoire secrète du film Le Bal

Share

Recherche comédiens

Communication TH2000 asbl, son président, Graziano Scatozza, son responsable artistique, Bernard Gillard.

Pour ses prochaines productions importantes, TH2000 souhaite étoffer son équipe de comédiennes-comédiens.

Si envie de nous rejoindre
Si envie de jouer dans un de nos spectacles
Si envie de changement
Si envie de nouveauté
Si envie de débuter dans de bonnes conditions artistiques
Si envie de découvrir le THÉÂTRE 2000

Filles-Garçons, débutants ou non, jeunes, un peu moins jeunes
Rejoignez-nous –> soirée de présentation –> lundi 28.4
Si intérêt, annoncez-vous auprès d’Antoinette (071 45 01 12) qui pourra vous donner heure exacte et adresse; Bien entendu, la participation à cette réunion n’entraîne pas automatiquement l’attribution d’un rôle dans une des productions du THÉÂTRE 2000.

Share

Kermesse à la Ruche Verrière (Lodelinsart)

Cet été, ils ont représenté la Belgique au Mondial du Théâtre amateur à MONACO. Ni plus ni moins.
Ils ont porté haut les couleurs de Charleroi en Catalogne, lors du XIIIème Festival international non-professionnel de GIRONA (E).

Cet automne, ils ont décidé de la jouer plus modeste à … LODELINSART – Ruche Verrière ! Plus modeste, vraiment ?
Ils font revivre la KERMESSE aux fleurs du quartier du Pêcheureux.
Pour le meilleur et pour le rire. Pour le meilleur, vraiment.
Pour le rire ? Certainement…

A vous de juger sur pièce… les 18, 19 et 20/10 pour 3 dernières représentations exceptionnelles. Réservez dare-dare, les places sont comptées : resa@theatre2000.be ou 0472 455 326

Nouveauté : repas+spectacle au resto « La Ruche gourmande » à deux pas du lieu de représentation !

KERMESSE – Texte : J-M. Frère – Mise en scène : Bernard Gillard.

 

Share

15e Mondial du Théâtre Festival mondial du théâtre amateur Monaco 19 – 28 août 2013

Du lundi 19 au mercredi 28 août, la Principauté de Monaco accueille le 15e Festival Mondial du Théâtre Amateur, à l’Auditorium Rainier III. Créé en 1957 par le Studio de Monaco, cette manifestation est organisée tous les 4 ans. Les amateurs de théâtre du monde entier se réunissent, pour confronter leur approche et leur pratique théâtrales et procéder à des échanges autour de leur passion commune.

Chaque après-midi, des ateliers avec des spécialistes reconnus sur le plan international permettent aux participants et au public d’acquérir un savoir-faire.

Avec 24 pays représentés, le Festival offre une véritable ouverture sur le théâtre du monde et une formidable occasion de découvrir la créativité et le talent d’artistes de culture et de sensibilité diverses. Il est réalisé grâce au concours effectif du Gouvernement Princier et reçoit le soutien de l’Unesco et de l’Organisation Internationale de la Francophonie.

Chaque troupe est invitée à jouer deux fois, deux soirs consécutifs, au Théâtre des Variétés, à la Salle Garnier ou au Théâtre Princesse Grace, afin de permettre au plus grand nombre d’y assister. Chaque soirée théâtrale se compose de trois représentations, de trois pays différents, s’enchaînant de 18h à 22h, avec 30 minutes d’entracte.

L’accès à tous les spectacles est gratuit. (cf. programme ci-dessous)

Parallèlement aux représentations, 3 ateliers sont programmés à 14h30 :

  • Du 20 au 23 août : « Le Ni nous, Ni les autres : Le Corps, le Masque, la Scène », animé par Francesco Facciolli (Italie) du laboratoire de la Commedia dell’Arte ;
  • Du 25 au 28 août « Communiquer sans les mots par l’expression de son corps », animé par Juraj Bencik, (Slovaquie) ;
  • Les 20, 21 et 26 août « L’art et la manière des maquillages en scène », animé par Sylvia Zemanek (Suisse) et Elisabeth Schossig (Autriche).

Les colloques, véritable lieu d’échanges et de compréhension mutuelle, se dérouleront chaque matin, de 10h à 12h30, au lendemain de chaque première.

Contact et information :

Mondial du Théâtre

+ 377 93 25 12 12

mondialdutheatre@monte-carlo.mc

www.mondialdutheatre.mc

Programme des représentations

Lundi 19 Août
Théâtre des Variétés

18h : Belgique – Danemark – Chine

 

Mardi 20 Août
Théâtre Princesse Grace

18h00 : Espagne – Irlande – Lituanie

 

Théâtre des Variétés

18h00 : Chine – Danemark – Belgique

 

Mercredi 21 Août
Théâtre des Variétés

18h00 : France – Israël – Allemagne

 

Théâtre Princesse Grace

18h00 : Lituanie – Irlande – Espagne

 

Jeudi 22 Août
Salle Garnier

18h00 : Japon – Italie – Royaume Uni

 

Théâtre des Variétés

18h00 : Allemagne – Israël – France

 

Vendredi 23 Août
Relâche

 

Samedi 24 Août
Théâtre des Variétés

18h00 : Suisse – Singapour – Slovaquie

 

Salle Garnier

18h00 : Royaume-Uni – Italie – Japon

 

Dimanche 25 Août
Théâtre Princesse Grace

18h00 : Maroc – Roumanie – Autriche

 

Théâtre des Variétés

18h00 : Slovaquie – Singapour – Suisse

 

Lundi 26 Août
Théâtre des variétés

18h00 : Bangladesh – Slovénie – Finlande

 

Théâtre Princesse Grace

18h00 : Autriche– Roumanie– Maroc

 

Mardi 27 Août
Théâtre Princesse Grace

18h00 : Etats-Unis – Tchéquie – Estonie

 

Théâtre des variétés

18h00 : Finlande – Slovénie – Bangladesh

 

Mercredi 28 Août
Théâtre Princesse Grace

18h00 : Estonie – Tchéquie – Etats-Unis

 

Terrasse du Casino – Fairmont Hôtel

«  Soirée de Clôture « 

ALLEMAGNE

THEATER DER JUGEND PADERBORN

“Enfants de ce temps-là, Témoin sans Intention”

THEATRE DES VARIETES

21 et 22 Août

 ETATS-UNIS

ARLEKIN PLAYERS THEATRE

“L’ours”

THEATRE PRINCESSE GRACE

27 et 28 Août

 

 MAROC

COMEDRAMA

“Le Berceau”

THEATRE PRINCESSE GRACE

25 et 26 Août

 

 AUTRICHE

THEATER KIRCHDORF

“Goethe : Faust 1”

THEATRE PRINCESSE GRACE

25 et 26 Août

 

 FINLANDE

GRANDE FINALE – GROUP

“Grande Finale”

THEATRE DES VARIETES

26 et 27 Août

 

 REPUBLIQUE TCHEQUE

GEISSLERS HOFCOMEDIANTEN

“L’Avare”

THEATRE PRINCESSE GRACE

27 et 28 Août

 

 BANGLADESH

LOTO NATYADAL

“Kanjoosh” (L’Avare)

THEATRE DES VARIETES

26 et 27 Août

             

 FRANCE

COMPAGNIE DU NOYAU

“A tous ceux qui…”

THEATRE DES VARIETES

21 et 22 Août

 

 ROUMANIE 

OSONO THEATRE

“Les Reflets de l’Eau”

THEATRE PRINCESSE GRACE

25 et 26 Août

 

 BELGIQUE

THEATRE 2000

“L’Heure Zéro”

THEATRE DES VARIETES

19 et 20 Août

 

  IRLANDE

PROSPEROUS DRAMATIC SOCIETY

“Bobby Gould en Enfer”

THEATRE PRINCESSE GRACE

20 et 21 Août

 ROYAUME-UNI

CENTRAL YOUTH THEATRE

WOLVERHAMPTON

“Brûlé par le Soleil”

SALLE GARNIER

22 et 24 Août

 

 CHINE

LES ENFANTS DU LIAONING

SHENYANG NATIONAL ART SCHOOL

“Trouver un rêve”

THEATRE DES VARIETES

19 et 20 Août

 

 ISRAEL

SECRET OF SOUND THEATRE

“La Promenade”

THEATRE DES VARIETES

21 et 22 Août

 

 SINGAPOUR

I-LIEN DRAMA SOCIETY

“Le Mariage de la Fille de la Souris”

THEATRE DES VARIETES

24 et 25 Août

 

 DANEMARK

ARRIEREGARDEN

“Alt er Sagt,  Siger de”

THEATRE DES VARIETES

19 et 20 Août

 

 ITALIE

TEATRO FINESTRA

“Pinocchio”

SALLE GARNIER

22 et 24 Août

 

 SLOVAQUIE

THEATRE COMMEDIA POPRAD

“Ensommeillé”

THEATRE DES VARIETES

24 et 25 Août

 

 ESPAGNE

Cia LA NEVERA

“(Des)affecté”

THEATRE PRINCESSE GRACE

20 et 21 Août

 

 JAPON

SAKURA ZENSEN

“Chroniques du Crépuscule”

SALLE GARNIER

22 et 24 Août

 

 SLOVENIE

PVRA GIMNAZIJA MARIBOR

“Songe d’une Nuit d’Eté”

THEATRE DES VARIETES

26 et 27 Août

 

 ESTONIE

OTPAD

“L’Estropié d’Inishmaan”

THEATRE PRINCESSE GRACE

27 et 28 Août

 

 LITUANIE

VILNIUS YOUTH THEATRE ARLEKINAS

“Pourquoi l’Amour ? ”

THEATRE PRINCESSE GRACE

20 et 21 Août

 

 SUISSE

LE NOUVEAU THEATRE

“Barbe Bleue”

THEATRE DES VARIETES

24 et 25 Août

 

Pour toute information et réservation : www.mondialdutheatre.mc

Source: Gouvernement Princier, Principauté de Monaco

Share

Bienvenue sur notre nouveau site !

Bienvenue sur le nouveau site du THEATRE 2000.

THEATRE 2000 est la compagnie carolorégienne qui ose et continuera à oser se mettre en danger en jouant des oeuvres contemporaines ludiques et intéressantes, accessibles à un large public, où le jeu théâtral se mélange aux autres disciplines que sont la danse, la musique, le mime, etc.

Share

Pourquoi venir voir le THEATRE 2000 ?

Le leitmotiv du THEATRE 2000 et de son responsable artistique, Bernard Gillard, a toujours été d’étonner agréablement le public. Ainsi, le choix des pièces font l’objet d’un soin tout particulier. Rien n’est jamais négligé tant pour accueillir le public que pour lui faire découvrir une scénographie originale, costumes, décors (sonores ou non) réalisés pour l’occasion.

L’équipe, composée de comédiens, parfois aussi chanteurs ou musiciens, de régisseurs son et lumière, metteurs en scène, … partagent tous cette même passion pour un théâtre à la fois audacieux, accessible et en prise avec son temps.  Un soin particulier est également apporté, à l’occasion de chaque création, sur un poste bien précis. Régulièrement, il est fait appel à l’aide de professionnels pour perfectionner l’un ou l’autre domaine lié au spectacle. Au gré des projets, des équipes se forment, se déforment, voire se reforment, et vous pouvez les retrouver dans les listes de distribution de chacune de nos créations, passées ou à venir. .

Share